Home>Nieuws > Actiepunten voor 2020 - doe uw voordeel ermee

Actiepunten voor 2020 - doe uw voordeel ermee

Als ondernemer – maar ook als particulier – is het altijd goed om aan het einde van het jaar te kijken naar je fiscale positie. Nu kun je nog anticiperen op de veranderende fiscale wet- en regelgeving. Wachten tot het moment van opmaken van de aangiften inkomsten- of vennootschapsbelasting betekent vaak dat u te laat bent. Denk bijvoorbeeld aan het jaarlijks dalende voordeel van aftrekposten.  Tijd voor eindejaar tips 2020. in deze tips hebben wij rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor 2021. Een deel van deze plannen is nog niet definitief.

Onderstaante tips zijn verdeeld in de volgende categorien:
  1. Actiepunten voor ondernemers
  2. Actiepunten voor DGA's
  3. Actiepunten voor werkgevers en werknemers
  4. Actiepunten voor alle belastingbetalers

1. Actiepunten voor de ondernemer
 
Vraag of verleng tijdig uitstel van betaling
Tot 1 januari 2021 kunt u bijzonder uitstel van betaling aanvragen vanwege de coronacrisis, zonder dat daarvoor aanvullende voorwaarden gelden. U krijgt dan uitstel voor de betaling van de onbetaalde belastingen, waarvoor u vanaf 12 maart 2020 aangifte hebt gedaan en/of aanslagen hebt ontvangen. Hebt u al uitstel gekregen en eindigt dit voor het einde van dit jaar, dan kunt u dit uitstel tot en met 31 december 2020 laten verlengen als u nog steeds in financieel zwaar weer verkeert door de voortdurende coronacrisis. Voor deze verlenging gelden wel aanvullende voorwaarden. U hoeft pas vanaf 1 juli 2021 te beginnen met het aflossen van de tot eind 2020 opgebouwde belastingschuld. U mag daar dan 36 maanden (tot uiterlijk 1 juli 2024) over doen. Dat is 12 maanden langer dan eerst was voorgesteld. In het voorjaar van 2021 krijgt u een brief van de Belastingdienst met een voorstel voor een betalingsregeling.
 
Let op
Als u bijzonder uitstel van betaling hebt aangevraagd, moet u wel op tijd aangifte blijven doen!
 
Check uw voorlopige aanslag 
Maakt u bijvoorbeeld door de coronacrisis minder winst en heeft u daarom de Belastingdienst verzocht om uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting te verminderen? Dan betekent dit dat u maandelijks minder belasting betaalt. Maar als achteraf blijkt dat uw inschatting van de winst over 2020 te voorzichtig was, dan heeft u te weinig belasting betaald en moet u bij de definitieve aanslag inkomstenbelasting bijbetalen. Zeker in het geval u in de loop van het jaar toch weer winst hebt gemaakt, doet u er verstandig aan om uw voorlopige aanslag te (laten) controleren en mocht dat nodig zijn de Belastingdienst te verzoeken om de aanslag opnieuw bij te stellen. Zo voorkomt u dat u bij de definitieve aanslag moet bijbetalen, eventueel verhoogd met 4% belastingrente.
 
Anticipeer op verhoging OVB bij aankoop bedrijfspand 
Koopt u in 2020 een bedrijfspand, dan bent u over de koopsom 6% overdrachtsbelasting (OVB) verschuldigd. Als de Eerste Kamer instemt met de voorgestelde tariefsverhoging, dan gaat dit OVB-tarief volgend jaar omhoog naar 8%. Dat is 1% meer dan waartoe vorig jaar al was besloten. Bent u van plan om te investeren in vastgoed, overweeg dan om dat dit jaar nog te doen. Daarmee kunt u veel geld besparen. Er is wel haast geboden, want u moet ervoor zorgen dat het pand in 2020 nog aan u is overgedragen én geleverd.
 
Langer Tozo aanvragen zonder vermogenstoets 
De coronacrisis duurt voort en daarom kunt u nog tot 1 juli 2021 gebruikmaken van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo 3.0), mits u aan de voorwaarden voldoet. Tozo 3.0 bestaat – net als Tozo 1.0 en Tozo 2.0 – uit een inkomensaanvulling tot het sociaal minimum en een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 tegen een rente van 2%. U kunt Tozo 3.0 aanvragen bij uw woongemeente. Voor de maanden oktober 2020 tot en met maart 2021 kunt u de inkomensaanvulling aanvragen zonder dat er een beperkte vermogenstoets wordt uitgevoerd. Vanaf 1 april 2021 wordt met de invoering van de vermogenstoets Tozo 3.0 weer geleidelijk omgezet naar de reguliere bijstandsverlening voor zelfstandig ondernemers. Deze regeling is vastgelegd in het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Het Bbz biedt een vangnet voor ondernemers die hun bedrijf willen voortzetten en voor ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen.
 
Maak nog maximaal gebruik van de TVL 
U kunt naast de Tozo 3.0 ook tot 1 juli 2021 nog gebruikmaken van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), mits u aan de voorwaarden voldoet. Deze belastingvrije tegemoetkoming bedraagt maximaal € 90.000 per bedrijf per drie maanden. Tot het einde van dit jaar kunt u nog maximaal gebruikmaken van deze tegemoetkoming bij een omzetverlies van 30%. Vanaf 1 januari 2021 wordt de omzetdervingsgrens tot 1 april 2020 verhoogd naar 40%. Daarna tot en met 30 juni 2021 gaat deze grens verder omhoog naar 45%. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd: zo blijft het percentage van de vaste kosten dat de TVL vergoedt maximaal 50%.
 
Tijdig aanvragen
De tegemoetkoming is steeds per drie maanden aan te vragen. Aanvragen voor de periode 1 oktober t/m 31 december 2020 kunt u nog tot en met 29 januari 2021 indienen bij de RVO met eHerkenning niveau 1 (of hoger) of uw DigiD. U kunt de aanvraag ook uitbesteden aan uw adviseur, mits u hem of haar daartoe hebt gemachtigd met een ketenmachtiging.
 
Let op
De TVL is sinds kort opengesteld voor álle bedrijven. Was u uitgesloten van deze regeling, dan kunt u nu wel een aanvraag indienen als u aan de voorwaarden voldoet. Maar let op, deze uitbreiding geldt alleen voor het laatste kwartaal van 2020!
 

Extra tegemoetkoming voor voorraad- en aanpassingskosten horeca
Hebt u een horecabedrijf, dan hebt u waarschijnlijk voorraden aangelegd die u door de verplichte sluiting niet meer kunt gebruiken. Ook hebt u mogelijk investeringen gedaan om in de winter te kunnen voldoen aan de RIVM-regels, zodat u ook dan helemaal coronaproof bent. Denk bijvoorbeeld aan het overkappen van uw terras. Nu u tijdelijk verplicht gesloten bent, kunt u voor deze uitgaven een extra tegemoetkoming krijgen van ongeveer 2,75% van het verlies aan omzet. Gemiddeld gaat het om € 2.500. U kunt deze extra tegemoetkoming aanvragen via de TVL-aanvraag.
 
Extra steun evenementenbranche
Heel veel evenementen zijn door de coronacrisis niet doorgegaan. Muziek- en dancefestivals, maar ook bloemencorso’s en kermissen werden massaal afgeblazen. De evenementenbranche is vaak seizoensgebonden; voor haar omzet is zij grotendeels afhankelijk van de zomermaanden. Dat levert schommelingen op in de omzet die een vertekend beeld kunnen geven bij de berekening van de TVL. Daarom kan er een eenmalige extra vergoeding worden gekregen, die is gebaseerd op de TVL-vergoeding van de zomer. Dat levert evenementenondernemers gemiddeld ongeveer € 14.000 extra vergoeding op.
 
Herinvesteren of desinvesteren of juist niet? 
Heeft u in het verleden een herinvesteringsreserve gevormd van de winst bij verkoop van een bedrijfsmiddel? Controleer dan of dit jaar het laatste jaar is, waarin u de reserve moet gebruiken. Dat moet immers binnen drie jaar na het jaar waarin u de herinvesteringsreserve hebt gevormd. Is dat het geval, zorg er dan voor dat u dit jaar nog investeert en voorkom dat u de reserve aan de belastbare winst moet toevoegen.

Uitzondering
Er bestaat hierop een uitzondering, waar u dit jaar mogelijk baat bij heeft. U wordt namelijk niet strikt aan de herinvesteringstermijn van drie jaar gehouden, als u al een begin van uitvoering hebt gegeven aan de aanschaf van een vervangend bedrijfsmiddel of al voortbrengingskosten hebt gemaakt, maar de uitvoering is vertraagd door een bijzondere omstandigheid. De coronacrisis kwalificeert doorgaans namelijk als bijzondere omstandigheid. 
 
Desinvesteren of niet
Hebt u bedrijfsmiddelen waarvoor u investeringsaftrek hebt gehad, voorkom dan een desinvesteringsbijtelling. Daarmee krijgt u te maken als u deze bedrijfsmiddelen verkoopt binnen vijf jaar na het begin van het jaar, waarin u de aftrek hebt geclaimd. Ook als u binnen die termijn een handeling verricht die met verkoop gelijk te stellen is - u brengt bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel over naar uw privévermogen - krijgt u hiermee te maken.
 
Actiepunt
Check altijd eerst de investeringsdatum, voordat u tot desinvesteren overgaat. Wellicht moet u dat pas in 2021 doen.
 
KOR of niet (BTW)?
Verwacht u dat uw jaaromzet de komende jaren onder de € 20.000 blijft? Dan kan het interessant zijn om u aan te melden voor de kleineondernemersregeling (KOR). U bent dan vrijgesteld van btw en u heeft minder administratieve verplichtingen. Zo hoeft u geen btw-aangifte meer te doen. Om per 1 januari 2021 deel te nemen aan deze regeling, moet uw aanmelding uiterlijk 3 december a.s. binnen zijn bij de Belastingdienst.
 
Afwegingen
Deelname aan de KOR kan voor u voordelig zijn als u jaarlijks btw moet betalen of als uw afnemers de btw niet in aftrek kunnen brengen. De vrijstelling maakt uw producten of diensten voor hen dan in beginsel goedkoper. Krijgt u jaarlijks btw terug of kunnen uw afnemers de btw in aftrek brengen, dan is deelname meestal niet interessant. Ook als uw omzet ieder jaar sterk wisselt en u niet zeker bent dat uw omzet onder de drempel van € 20.000 blijft, is deelname niet verstandig. Zodra uw omzet in een kalenderjaar namelijk boven de € 20.000 komt, vervalt de KOR en kunt u 3 jaar lang niet meer deelnemen. Laat u bij uw afwegingen adviseren door een btw-adviseur.
 
Spreiden investeringen voor meer KIA
Het is ook zinvol om voor het optimaal benutten van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) te bekijken of u bepaalde investeringen nog in 2020 moet doen of dat u die beter kunt doorschuiven naar 2021. Het spreiden van investeringen kan u meer KIA opleveren. Investeert u tussen € 2.400 en € 58.238, dan krijgt u hierover 28% KIA. U kunt voor een totale investering tussen € 58.238 en € 107.848 een vast bedrag claimen van € 16.307. Voor investeringen van in totaal tussen € 107.848 en € 323.544 neemt dit vaste bedrag geleidelijk af. Boven een investeringsbedrag van € 323.544 krijgt u geen KIA meer. Spreiden van de investeringen over twee jaren is dan dus altijd voordeliger.
 
Voorkom dat oude verliezen niet meer verrekenbaar zijn 
Heeft u in het verleden verliezen geleden, dan kunt u die in de inkomstenbelasting verrekenen met winsten van de voorafgaande 3 jaar of met de winsten van de 9 volgende jaren. Dit betekent dat verliezen uit 2011 na 31 december 2020 niet meer verrekenbaar zijn. Door tijdig actie te ondernemen, kunt u (een deel van) de verliezen wellicht toch nog verrekenen. Dat kan bijvoorbeeld door omzet naar voren te halen, stille reserves in bedrijfsmiddelen te realiseren of uitgaven uit te stellen. Uw adviseur kan voor u onderzoeken welke mogelijkheden u nog heeft.
 
Einde openstelling Klein krediet corona (KKC) in zicht 
U kunt als MKB-ondernemer gebruikmaken van de garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC) als uw kredietbehoefte tussen de € 10.000 en € 50.000 ligt. De overheid staat met deze garantieregeling voor 95% borg voor de leningen van financiers aan in Nederland gevestigde MKB-bedrijven. U komt voor deze regeling in aanmerking als uw bedrijf aan de volgende voorwaarden voldoet:
  • een omzet vanaf € 50.000;
  • voldoende winstgevend zijn geweest voor de coronacrisis;
  • op 1 januari 2019 ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel.
De financiers die de KKC aanbieden mogen hiervoor aan u maximaal 4% van het kredietbedrag aan kosten in rekening brengen. U betaalt daarnaast eenmalig 2% premie aan de overheid. De maximale looptijd van het KKC is 5 jaar. De KKC loopt tot 1 januari 2021 en loopt via uw geldverstrekker. Hij of zij kan tot uiterlijk 15 december 2020 kredietaanvragen indienen bij de RVO.
 
Deadline uitgebreide GO-regeling nadert 
De Garantie Ondernemersfinancieringsregeling (GO- regeling) is tot 1 januari 2021 uitgebreid met de Garantie ondernemingsfinanciering uitbraak coronavirus (GO-C). Deze regeling is bedoeld om bedrijven te voorzien van werkkapitaal of liquiditeiten om investeringen te kunnen doen. Uw MKB-bedrijf komt alleen voor de regeling in aanmerking als u op 31 december 2019 financieel gezond was. De overheid staat garant voor maximaal 90% van de (niet achtergestelde) lening aan uw onderneming. De leningen en garanties hebben een looptijd van zes jaar en bedragen minimaal € 1,5 miljoen en maximaal € 150 miljoen. De hoogte van de lening wordt bepaald op basis van uw loonsom (2x), omzet (25%) of liquiditeitsplanning. U moet de lening per kwartaal aflossen, waarbij de eerste aflossing van een MKB-onderneming uiterlijk moet plaatsvinden 18 maanden na de verstrekking. De GO-C-regeling loopt via uw geldverstrekker, die tot 15 december 2020 aanvragen kan indienen bij de RVO.



2. Actiepunten voor de DGA
 
In 2020 lager gebruikelijk loon 
Het gebruikelijk loon dat u als dga geacht wordt te genieten uit uw bv, wordt normaliter ten minste gesteld op het hoogste bedrag van de volgende bedragen:
  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn;
  • € 46.000.
Slechts in heel bijzondere situaties kan een lager loon worden gehanteerd. Maar in 2020 wordt hierop vanwege de coronacrisis een uitzondering gemaakt bij veel omzetverlies. Als de bedrijfsresultaten (de omzet exclusief btw) door de coronacrisis zijn verslechterd, mag u een lager gebruikelijk loon in aanmerking nemen.
 
Let op
Houd er wel rekening mee dat als achteraf de impact op het bedrijfsresultaat blijkt mee te vallen, de Belastingdienst het standpunt kan innemen dat het gebruikelijk loon niet kan worden verlaagd.
 
Tarief vennootschapsbelasting weer gewijzigd 
U gaat in 2021 minder vennootschapsbelasting (Vpb) betalen over uw winst. Het Vpb-tarief in de eerste schijf gaat namelijk omlaag van 16,5% naar 15%. Bovendien wordt die schijf in 2021 verlengd van een jaarwinst van € 200.000 naar € 245.000. In 2022 wordt de schijf verder verlengd naar € 395.000 jaarwinst. De verlaging van het hoge Vpb-tarief (25%) in de tweede schijf naar 21,7% gaat niet door.
Met name als uw winst daardoor onder de € 200.000 blijft, heeft het uitstellen van winst op korte termijn zin. Als u verwacht dat uw winst dit jaar net boven de grens van € 200.000 zal uitkomen, is het zinvol om dit jaar uw winst te verlagen. U betaalt dan immers 16,5% in plaats van 25% vennootschapsbelasting. U kunt wellicht omzet uitstellen of investeringen naar voren halen (dit leidt op zich niet direct tot lagere winst, maar wel indirect doordat u KIA kunt claimen).
 
Benut de fiscale coronareserve 
De geschatte coronaverliezen van 2020 in de vennootschapsbelasting mag uw bv dit jaar al als fiscale coronareserve verrekenen met de winst van 2019. De fiscale coronareserve mag niet hoger zijn dan de winst van 2019. Zonder deze maatregel zou uw bv het verlies van 2020 pas kunnen verrekenen met de winst van 2019 bij het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over 2020, dus pas in 2021 of nog later. Deze coronamaatregel moet bijdragen aan de verbetering van de liquiditeitspositie van uw bedrijf.

Pas op voor verliesverdamping
De coronareserve wordt in 2019 gevormd en vermindert daardoor de winst over 2019. In 2019 kunnen dus minder onverrekende verliezen uit voorgaande jaren worden verrekend. Oude verliezen kunnen daardoor mogelijk nooit meer verrekend worden met toekomstige winst. Laat daarom een deskundige de toevoeging aan de coronareserve zodanig vaststellen dat deze verliesverdamping wordt voorkomen.
 
Is verbreken fiscale eenheid voordelig? 
Behoort uw bv tot een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting? In dat geval kan het vanwege de tariefstructuur voordelig zijn om deze te verbreken. Winst boven € 245.000  wordt volgend jaar belast met 25% vennootschapsbelasting, daaronder met 15%. In de fiscale eenheid worden alle winsten en verliezen van de deelnemende vennootschappen samengevoegd en belast bij één vennootschap (de moedervennootschap). Die winst - en dus de vennootschapsbelasting - kan hoger zijn dan wanneer alle bv’s zelfstandig worden belast.
 
Profiteer van laag Vpb-tarief innovatiebox 
Bent u een innovatieve ondernemer? In dat geval kunt u mogelijk gebruikmaken van de innovatiebox. De voordelen uit octrooien en/of immateriële activa in deze box zijn nu nog belast tegen een effectief vennootschapsbelastingtarief van maximaal 7%. Als de Eerste Kamer hiermee instemt, zal dit effectieve Vpb-tarief voor de innovatiebox in 2021 worden verhoogd naar maximaal 9%.
 
AB-tarief verder omhoog – dividend uitkeren of juist niet 
In 2021 gaat het tarief waarmee dividenduitkeringen uit uw bv worden belast (het ab-tarief) verder omhoog van 26,25% naar 26,9%. Toch is het daarom vervroegd uitkeren van dividend niet altijd voordelig. Het tariefvoordeel kan namelijk (deels) tenietgaan als het uitgekeerde dividend vervolgens tot uw privévermogen gaat behoren, waardoor u meer box-3-heffing moet betalen. Hoeveel meer hangt af van de omvang van uw box-3-vermogen en van het feit of u spaart of belegt.

Het uitkeren van dividend kan wel voordelig zijn als u de uitkering dit jaar nog besteedt of als u er uw lening of rekening-courant bij uw bv mee aflost. Bent u van plan om dividend vervroegd uit te laten keren, laat dan eerst een fiscaal adviseur de gevolgen daarvan in kaart brengen.
 
Actiepunt
Zijn uw schulden (niet zijnde eigenwoningschulden) bij uw eigen bv hoger dan € 500.000? Zorg er dan voor dat u de schuldenlast vóór 2023 zo veel als mogelijk heeft teruggebracht tot maximaal € 500.000. Vanaf 2023 wordt het meerdere boven € 500.000 belast als ab-voordeel!
 
Voorkom onverrekenbaar ab-verlies 
Verliezen uit een aanmerkelijk belang (ab) die vanaf 2019 zijn ontstaan, zijn nog 6 jaar verrekenbaar met toekomstige ab-winst, bijvoorbeeld met toekomstige dividenduitkeringen of winst bij verkoop van uw ab-aandelen. Voor ab-verliezen uit 2018 en eerdere jaren blijft de oude termijn van 9 jaren gelden. De achterwaartse verliesverrekening is 1 jaar. Een ab-verlies uit 2011 is dus na 31 december 2020 niet meer verrekenbaar. Door tijdig actie te ondernemen, kunt u (een deel van) de verliezen wellicht toch nog verrekenen. Vraag uw adviseur naar de mogelijkheden die u daartoe heeft.
 
Actiepunt
Heeft u een onverrekenbaar ab-verlies in box 2, omdat u geen aanmerkelijk belang meer heeft? U kunt dan in de 9 jaren na het jaar waarin u het ab-verlies hebt geleden, het ab-verlies laten omzetten in een belastingkorting in box 1. Deze korting kunt u – na een wachttijd - verrekenen met de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen in box 1.
 
Check of u minder moet afschrijven op uw bedrijfspand 
Sinds 1 januari 2019 mag u in de vennootschapsbelasting op gebouwen in eigen gebruik ten laste van uw winst afschrijven tot 100% van de WOZ-waarde. Vóór 2019 kon u meer afschrijven, namelijk nog tot 50% van de WOZ-waarde van het bedrijfspand. Maar was u vóór 2019 al begonnen met afschrijven op een pand in eigen gebruik en had u dat nog geen 3 jaar gedaan, dan geldt een overgangsregeling. U mag dan volgens de oude regels blijven afschrijven, totdat u 3 hele jaren hebt afgeschreven. Bent u in 2018 begonnen met afschrijven over een pand in eigen gebruik, dan mag u dat dit jaar nog volgens de oude regels doen. Check daarom of u (nog) aan deze voorwaarde voldoet. 
 
Voorkom bijbetaling vennootschapsbelasting 
Laat een reële inschatting maken van de verschuldigde vennootschapsbelasting in 2021, zodat uw bv niet een te lage voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting krijgt opgelegd. Als uw bv na afloop van het jaar vennootschapsbelasting blijkt te moeten bijbetalen, dan loopt uw bv het risico daarover 8% belastingrente in rekening gebracht te krijgen. Tot eind volgend jaar is dit percentage nog 4%, maar daarna gaat het percentage namelijk weer terug naar het oude niveau van 8%.
 
Actiepunt
Laat ook controleren of u over 2020 voldoende vennootschapsbelasting hebt betaald. Misschien doet uw bedrijf het beter dan u begin 2020 had verwacht en is uw winst waarschijnlijk hoger. Verzoek dan om een aanvullende voorlopige aanslag.
 
Herfinancier uw hypotheek bij uw bv 
Heeft u in privé een eigenwoningschuld met een hoge rente en heeft uw bv overtollige liquiditeiten? In dat geval kan het herfinancieren van de bankschuld bij uw eigen bv fiscaal voordelig zijn. Zorg wel dat uw eigenwoninglening op zakelijke afspraken is gebaseerd. Vraag uw adviseur om uit te zoeken of herfinanciering bij uw eigen bv voor u voordelig is.



3. Actiepunten voor werkgevers en werknemers
 
Benut optimaal eenmalig verruimde vrije ruimte 
De vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) is in 2020 per werkgever voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom eenmalig verhoogd van 1,7% naar 3%. De vrije ruimte wordt dus maximaal met € 5.200 verhoogd. Deze coronamaatregel moet u als werkgever mogelijkheden bieden om uw werknemers in deze moeilijke tijd extra tegemoet te komen, bijvoorbeeld met een Kerstpakket of cadeaubon. Maar de extra ruimte kunt u ook benutten voor thuiswerkfaciliteiten.
Boven een fiscale loonsom van € 400.000 gaat het percentage van 1,2% vanaf 2021 omlaag naar 1,18%. Deze maatregel is – in tegenstelling tot het bovenstaande - niet tijdelijk.
 
Wat houdt de verruiming concreet in?
Hierna volgen enkele voorbeelden van hoe deze verruiming van de werkkostenregeling concreet uitwerkt:
Loonsom (€) Vrije ruimte voor de maatregel (€) Vrije ruimte na de maatregel (€) Verruiming als bedrag (€) Verruiming als %
200.000 3.400   6.000 2.600 76%
400.000 6.800 12.000 5.200 76%
800.000 11.600 16.800 5.200 45%
4.000.000 50.000 55.200 5.200 10%
 
Concernregeling nadelig?
De WKR-eindheffing wordt per werkgever berekend. Maar bestaat uw bedrijf uit verschillende bv’s, waarbij werknemers op de loonlijst staan, dan past u mogelijk de ‘concernregeling’ toe. De eindheffing berekent u dan over het totale fiscale loon van alle bv’s die tot het concern behoren. Als u daardoor de grens van € 400.000 overschrijdt, kan u geen gebruikmaken van de verruiming van de vrije ruimte. Laat daarom controleren of u beter af bent zonder toepassing van de concernregeling.
 
Let op
U mag vergoedingen en verstrekkingen ten laste van uw vrije ruimte brengen als het gebruikelijk is dat de werknemer deze onbelast krijgt. De Belastingdienst beschouwt vergoedingen en verstrekkingen van maximaal € 2.400 per persoon per jaar in ieder geval als gebruikelijk. Bedragen van minder dan € 2.400 kunt u dus in ieder geval onbelast vanuit de vrije ruimte uitkeren.
 
Voorkom eindheffing werkkostenregeling 
In januari 2021 moet u beoordelen of u in 2020 de vrije ruimte hebt overschreden. Blijft het totale eindheffingsloon binnen de vrije ruimte, dan hoeft u geen eindheffing aan te geven en te betalen. Wordt de vrije ruimte overschreden, dan betaalt u 80% eindheffing over het verschil tussen de vrije ruimte en het totale eindheffingsloon. De eindheffing mag u  - in tegenstelling tot vorig jaar -  pas aangeven in de tweede loonaangifte van 2021. U kunt de eindheffing voorkomen door tussentijds te controleren of u de vrije ruimte niet overschrijdt. Heeft u al in 2020 eindheffing betaald? Dan heeft u achteraf mogelijk te veel of te weinig eindheffing betaald. U corrigeert dit ook in de loonaangifte over het tweede tijdvak van 2021.
 
Aanwijzen in 2020
U komt alleen voor een vrijstelling binnen de vrije ruimte in aanmerking en u kunt alleen gebruikmaken van de gerichte vrijstelling als u de vergoeding of verstrekking aanwijst als eindheffingsbestanddeel. De Belastingdienst neemt gedurende het kalenderjaar aan dat zo’n aanwijzing heeft plaatsgevonden als de vergoeding of verstrekking niet tot het loon van de werknemer is gerekend. Ontdekt de Belastingdienst de aanwijzing buiten het kalenderjaar, dan zal de vergoeding of verstrekking worden beschouwd als belast loon van de werknemer. De gerichte vrijstellingen en de vrije ruimte zijn dan niet alsnog van toepassing.
 
Let op
Als u een vergoeding geeft of verstrekking doet aan uw werknemers waarbij u voldoet aan de voorwaarden van de betreffende gerichte vrijstelling, neemt de Belastingdienst aan dat u de vergoeding of verstrekking heeft aangewezen. Als u bijvoorbeeld een reiskostenvergoeding betaalt van maximaal € 0,19 per kilometer, wordt dus aangenomen dat u de vergoeding heeft aangewezen. Vergoedt u meer dan € 0,19, dan moet u het meerdere wel expliciet aanwijzen.
 
Bijtelling elektrische auto van de zaak gaat weer omhoog 
Het bijtellingspercentage voor een nieuwe elektrische auto van de zaak wordt in 2021 verder verhoogd van 8% naar 12%. De catalogusprijs waarop u dit percentage moet toepassen, wordt bovendien verlaagd van maximaal € 45.000 naar € 40.000. Is de catalogusprijs hoger, dan geldt voor het meerdere een bijtellingspercentage van 22%.
 
Actiepunt
Gaat u dit jaar nog rijden in een nieuwe elektrische auto van de zaak, dan kunt vanaf de eerste tenaamstelling nog 60 maanden de bestaande bijtelling van 8% hanteren.
 
Waterstof- en zonnecelauto’s
Rijdt u in een auto op waterstof? De splitsing in het bijtellingspercentage geldt dan niet voor u. Vanaf 2021 geldt deze uitzondering ook voor nieuwe zonnecelauto’s van de zaak. Een zonnecelauto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen. U mag daardoor ook bij deze auto’s over de hele aanschafprijs het lage bijtellingspercentage van 12% (in 2021) toepassen. Deze regeling geldt niet alleen voor werkgevers en werknemers, maar ook voor ondernemers en DGA’s die in een auto van de zaak rijden.
 
Meer S&O-afdrachtvermindering 
Het kabinet wil de investeringen in research & development (R&D) ondanks de coronacrisis ook in 2021 op peil houden. Het budget voor de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) wordt daarom verhoogd van € 1.281 miljoen naar € 1.428 miljoen en het tarief binnen de eerste schijf gaat van 32% naar 40%. Voor starters gaat het tarief van 40% naar 50%. De grens van de eerste schijf ligt bij € 350.000. Het tarief van de tweede schijf is 16%. De nieuwe bedragen voor zelfstandigen worden pas bekendgemaakt aan het eind van het jaar.
 
Actiepunt
Het loket voor het aanvragen van S&O-afdrachtvermindering voor 2021 is sinds eind oktober geopend. Begint de periode van het S&O-werk op 1 januari 2021, dan moet u als werkgever uiterlijk op 20 december 2020 de S&O-afdrachtvermindering hebben aangevraagd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
 
Definitieve vaststelling NOW 1.0 en NOW 2.0 
Hebt u een voorschot ontvangen op grond van de NOW 1.0-regeling en/of de NOW 2.0-regeling? Dan moet nog worden vastgesteld hoe hoog die steun precies moet zijn. Daarvoor moet u een aanvraag voor een definitieve berekening indienen bij het UWV. Dat kan sinds 7 oktober jl. voor de NOW 1.0. De definitieve vaststelling van de NOW 2.0-subsidie laat nog even op zich wachten. Daarvoor zou u de aanvraag sinds 16 november 2020 kunnen indienen, maar dat is nu uitgesteld tot 15 april 2021. Het UWV heeft het te druk met de afhandeling van lopende zaken. De definitieve vaststelling van de NOW-subsidie kan leiden tot een nabetaling, maar ook tot een terugvordering als blijkt dat u te veel voorschot hebt gehad. Dat is bijvoorbeeld het geval als uw omzetverlies kleiner is dan u had verwacht bij de voorschotaanvraag of als uw loonsom is gedaald.
 
Aanvraag eerste tijdvak NOW 3.0 gestart 
De NOW-regeling is per 1 oktober 2020 met negen maanden verlengd. In tegenstelling tot NOW 1.0 en 2.0 is NOW 3.0 opgedeeld in drie tijdvakken van drie maanden: oktober tot en met december 2020, januari tot en met maart 2021 en april tot en met juni 2021. U kunt per tijdvak een afzonderlijke aanvraag indienen. Voor het eerste tijdvak loopt de aanvraagtermijn van 16 november tot en met 13 december 2020. U kunt met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2020 NOW 3.0-subsidie aanvragen. Heeft u al een aanvraag ingediend voor NOW 2.0 en is de subsidie verleend? In dat geval moet de periode van omzetverlies voor het tijdvak oktober tot en met december 2020 van NOW 3.0 aansluiten op de periode van omzetdaling waarvoor u NOW 2.0-subsidie hebt aangevraagd. Dit geldt ook voor andere tijdvakken in de NOW 3.0. Als u de NOW-subsidie aanvraagt voor opeenvolgende tijdvakken, moeten de omzetperiodes dus op elkaar aansluiten.

Het maximaal te vergoeden SV-loon per werknemer bedraagt € 9.691 per maand (2x het maximum dagloon van € 4.845). Na het toekennen van de subsidie, krijgt u in drie termijnen een voorschot van 80% uitbetaald.
 
Voorwaarden
Ook in de NOW 3.0-regeling zijn het omzetverlies en de loonsom bepalend voor de NOW-subsidie. U komt voor de NOW-subsidie in het eerste tijdvak in aanmerking als u minimaal 20% omzetverlies hebt geleden. De wijze van het berekenen van het omzetverlies blijft gelijk aan die van NOW 1.0 en 2.0: de omzetdaling wordt bepaald door een vierde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet in een door u te kiezen periode van drie maanden. Net als in de NOW 1.0 en 2.0 kunt u kiezen over welke periode het omzetverlies wordt berekend. Voor de loonsom is bepalend de loonsom van juni 2020. Als de polisadministratie voor de maand juni 2020 niet gevuld is, wordt uitgegaan van de loonsom van april 2020.
 
In tegenstelling tot NOW 1.0 en NOW 2.0 mag u de loonsom geleidelijk verminderen met 10%, bijvoorbeeld door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door minder personeel aan te houden of door een vrijwillig loonoffer te vragen van uw werknemers. De korting die in de NOW 2.0 wordt toegepast op het moment dat er sprake is van bedrijfseconomisch ontslag via het UWV, is vervallen. Wel geldt ook voor NOW 3.0 de voorwaarde dat er geen bonussen of dividend wordt uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht.
 
Let op
Bij alle drie tijdvakken blijft de forfaitaire opslag van 40% voor de werkgeverslasten - zoals bij de NOW 2.0 - in stand.
 
Nieuwe inspanningsverplichting
Nieuw is dat u moet meewerken aan de begeleiding naar ander werk van een werknemer die om bedrijfseconomische redenen is ontslagen. Als u geen contact hebt gezocht met de UWV telefoon NOW in het kader van begeleiding van werk naar werk, wordt uw NOW-subsidie met 5% gekort.
 
Benut gratis ontwikkeladvies 
Net als in de NOW 2.0-regeling moet u zich ook in de NOW 3.0-regeling inspannen om werknemers te stimuleren deel te nemen aan een ontwikkeladvies of scholing. Vanaf 1 december 2020 zijn hiervoor weer de gratis ontwikkeladviezen beschikbaar die via de regeling NL Leert Door kunnen worden benut. Er is dan budget voor 50.000 adviestrajecten via loopbaanadviseurs. De gratis ontwikkeladviezen zijn beschikbaar voor werknemers, maar ook voor zelfstandigen en andere werkzoekenden.

 
4. Actiepunten voor alle belastingbetalers
 
Andere wijzigingen eigenwoningregeling 
Het eigenwoningforfait voor woningen met een WOZ-waarde tot € 1.110.000 (in 2020: € 1.090.000) wordt verlaagd van 0,60% naar 0,50% in 2021. Hebt u een woning met een WOZ-waarde van € 1.110.000 of meer, dan blijft het forfait 2,35%. U bent dit tarief alleen verschuldigd voor de WOZ-waarde boven € 1.110.000.
 
Afbouw renteaftrek en aftrek geen of kleine eigenwoningschuld
De afbouw van aftrekposten in de hoogste belastingschijf heeft ook gevolgen voor uw hypotheekrenteaftrek. U kunt de rente in 2021 nog aftrekken tegen een tarief van 43% (nu: 46%).
De regeling waarbij u geen eigenwoningforfait hoeft bij te tellen bij uw inkomen als u geen of slechts een kleine hypotheek hebt, wordt stapsgewijs in 30 jaar afgebouwd De aftrek wordt jaarlijks met 31/3% verlaagd. In 2020 is de aftrek beperkt tot 93,1/3%. In 2021 wordt de aftrek beperkt tot 90%. Houd hiermee rekening.
 
Tariefsverlaging maar ook weer minder kostenaftrek 
De loon- en inkomstenbelasting kent twee tariefschijven: een schijf met een laag tarief (nu: 37,35%) en een schijf met een hoog tarief (nu: 49,5%). Dit tarief is van toepassing op een inkomen vanaf € 68.507. In 2021 gaat het lage tarief omlaag naar 37,10%. Het tarief in de hoge schijf blijft 49,5%.

Tegenover de tariefsverlaging in de eerste schijf staat ook een verdere verlaging van het percentage waartegen u kostenaftrek kunt claimen voor zover u inkomen heeft in de hoogste belastingschijf. Dit percentage bedraagt nu 46%, maar gaat volgend jaar omlaag naar 43%. Wellicht kunt u aftrekbare kosten nog naar voren halen.  
 
Actiepunt
Betaalt u partneralimentatie aan uw ex-partner en heeft u inkomen in de hoogste schijf? In dat geval kunt u de partneralimentatie volgend jaar ook nog maar tegen 43% in aftrek brengen. De aftrek wordt de komende twee jaar verder afgebouwd, zodat in 2023 het aftrekpercentage nog maar 37,03% bedraagt. Vorige jaar bedroeg het aftrekpercentage nog 51,75%. De forse vermindering van de aftrek kan er op enig moment toe leiden dat u onvoldoende draagkracht heeft om nog aan de bestaande partneralimentatieplicht te voldoen. Vraag daarom tijdig advies over de mogelijkheid om de alimentatie naar beneden te laten bijstellen of om de partneralimentatie af te kopen.
 
Let op
De aftrekbeperking geldt niet voor de premies van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en lijfrentepremies. Die blijven in de hoogste schijf voorlopig aftrekbaar tegen 49,5%.
 
Nog steeds aftrek scholingsuitgaven 
U maakt in dit bizarre coronajaar misschien kosten voor (om- of bij)scholing voor meer kansen op de arbeidsmarkt. Het goede nieuws is dat u de scholingsuitgaven ook in 2020 kunt aftrekken van uw inkomen. Deze aftrekpost wordt pas vanaf 2022 vervangen door een individuele leerrekening. Dit wordt een niet-fiscale subsidieregeling: het STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Tot die tijd kunt u nog gebruikmaken van de aftrek scholingsuitgaven.
 
Laatste keer aftrek contante giften 
Giften aan goede doelen die een anbi-status hebben, kunt u in aftrek brengen als u kunt aantonen dat u de giften daadwerkelijk hebt betaald, bijvoorbeeld met een overmaking of kwitantie. Bij contante giften bijvoorbeeld in de collectebus aan de deur of in de kerk, kunt u dat moeilijk aantonen. Voor de Belastingdienst is dit ook niet goed te controleren. Daarom wordt de aftrek van contante giften volgend jaar afgeschaft.
 
Let op
Wilt u een gift in aftrek brengen, controleer dan eerst of het goede doel een anbi is. De goede doelen die een algemeen nut beogende instelling zijn (anbi-status hebben) vindt u hier.
 
Neem deel levenslooptegoed op 
Legt u nog in op levensloopregeling of heeft u nog een onbenut levenslooptegoed? Dat tegoed is vrijgesteld van de box-3-heffing. Maar daar komt op 1 november 2021 een eind aan. Het levenslooptegoed wordt dan in een keer progressief belast. Dat kan betekenen dat (een deel van) uw tegoed wordt belast tegen de hoogste belastingschijf van 49,5%. Om dat te voorkomen, kan het verstandig zijn om een deel van het levenslooptegoed nog dit jaar te laten uitkeren, waardoor dit nog belast wordt tegen 37,35%. Ook het deel dat overblijft en volgend jaar wordt uitgekeerd, wordt dan mogelijk nog belast in de laagste belastingschijf.
 
Actiepunt
Of controleer of uw pensioenregeling de mogelijkheid biedt om een aanvullende storting te doen.
 
Tijdig lijfrentepremie betalen
 Hebt u een pensioentekort, dan kunt u hiervoor een aanvullend inkomen regelen. Bijvoorbeeld door bij een verzekeraar een lijfrentepolis te sluiten of bij een bank een lijfrentebankspaarproduct. De lijfrentepremie die u in 2020 hebt betaald, kunt u aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting 2020 die u volgend jaar indient bij de Belastingdienst.
 
Actiepunt
Bent u in de afgelopen vijf jaar toch vergeten om de lijfrentepremie in aftrek te brengen? Verzoek dan bij de Belastingdienst om een ambtshalve vermindering. U moet dan wel kunnen aantonen dat u de lijfrentepremies niet hebt afgetrokken. Dat kunt u doen met kopieën van de ingediende aangiften inkomstenbelasting van de afgelopen jaren en de aanslagen over die jaren. Bewaar daarom uw oude aangiften.
 
Wijzigingen in box 3
Als de Eerste Kamer daarmee instemt, gaat de vrijstelling in box 3 volgend jaar omhoog van € 30.846 naar € 50.000 per belastingplichtige. Hebt u een fiscale partner, dan hebt u samen dus een vrijstelling van € 100.000. Wel gaat dan ook het tarief omhoog van 30% naar 31%. De verhoging van de box-3-vrijstelling werkt echter niet door naar de diverse inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen, zoals de zorg- en kinderopvangtoeslag en de eigen bijdrage aan een zorginstelling.
 
Nieuwe aangifteplicht
Zonder nadere regeling zou de verhoging van de box-3-vrijstelling ertoe leiden dat meer mensen aanspraak kunnen maken op een toeslag of in aanmerking komen voor een hogere toeslag. Dat vindt het kabinet ongewenst. Vanaf 2021 wordt daarom voor de vermogenstoets in de inkomensafhankelijke regelingen aangesloten bij de vermogensrendementsgrondslag zonder aftrek van de vrijstelling in box 3. De inspecteur legt daartoe het bedrag van de rendementsgrondslag - voor zover dit meer bedraagt dan € 31.340 (fiscale partners € 62.680) - vast in een voor bezwaar vatbare beschikking die wordt opgenomen op de aanslag inkomstenbelasting. Daarvoor is het nodig dat de aangifteplicht voor de inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen wordt uitgebreid.
 
Nog geen systeemwijziging
Het systeem van box 3 wijzigt dus (nog) niet. Hoe groter uw vermogen is, des te meer rendement u geacht wordt te maken en dus hoe meer box-3-heffing u moet betalen. Het kan dus verstandig zijn om uw box-3-vermogen te verlagen. Dat kan bijvoorbeeld door de geplande aankoop van dure goederen die niet tot box 3 worden gerekend (denk aan een auto, boot of kunstwerk), nog dit jaar te doen. Betaalt u voor het einde van het jaar uw belastingschulden, dan verlaagt u daarmee ook uw box-3-vermogen.
 
Anticipeer op wijziging overdrachtsbelasting
Starters op de woningmarkt betalen vanaf 1 januari 2021 geen overdrachtsbelasting (OVB) bij de aankoop van een woning. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden. De starters moeten 18 jaar of ouder zijn en jonger dan 35 jaar, de woning moet als hoofdverblijf worden gebruikt en de vrijstelling moet nog niet eerder zijn benut. Bent u een ‘doorstromer’ maar voldoet u aan deze voorwaarden? In dat geval geldt de vrijstelling ook voor u. Voor andere doorstromers op de woningmarkt blijft het OVB-tarief 2%. Let op: vanaf 1 april 2021 geldt een aanvullende voorwaarde. Dan is tevens vereist dat de waarde van de aangekochte woning niet meer dan € 400.000 bedraagt.
 
Tip
Het moment van de overdracht bij de notaris is bepalend voor het OVB-tarief. Tekent u dit jaar een koopovereenkomst en voldoet u aan de voorwaarden? Zorg dan dat de overdracht/levering plaatsvindt op of na 1 januari 2021.
 
Meer overdrachtsbelasting bij aankoop woning
Voor woningen die met andere bedoelingen worden gekocht, wordt het OVB-tarief per 1 januari 2021 verhoogd van 2% naar 8%! Koopt u dus een tweede woning of vakantiehuis en gebruikt u die niet of slechts tijdelijk als hoofdverblijf, dan betaalt u bij de aankoop 8% OVB. Dat tarief geldt ook bij de aankoop van een woning voor uw kind of als u een woning aanschaft voor de verhuur.
 
Actiepunt
Wilt u met een van deze bedoelingen een woning aanschaffen, dan doet u er verstandig aan om dat dit jaar nog te doen. Daarbij is wel haast geboden, want de woning moet daarvoor voor het einde van het jaar aan u zijn geleverd.
 
Zorg dat schenking tijdig is besteed aan onderhoud 
Heeft u in 2018 uw kind een verhoogde schenking gedaan voor onderhoud of verbetering van zijn/haar eigen woning, waarbij uw kind de verhoogde schenkingsvrijstelling heeft toegepast? Attendeer uw kind er dan op dat hij of zij ervoor zorgt dat de schenking eind 2020 daaraan is besteed en dat de verbouwings- of onderhoudswerkzaamheden zijn afgerond. Anders vervalt de vrijstelling alsnog. 
  
Erfbelasting besparen via schenkingen aan uw kinderen
Bij uw overlijden wordt over uw vermogen erfbelasting geheven. Uw kinderen betalen 10% en/of 20% erfbelasting. Door tijdens uw leven gespreid te schenken, draagt u alvast vermogen over aan uw kinderen. Bij uw overlijden is er dan minder vermogen waarover zij erfbelasting verschuldigd zijn. Schenken levert dus in de toekomst een belastingbesparing op. U kunt fiscaal vriendelijk vermogen overhevelen naar uw kinderen door jaarlijks een bedrag van € 5.515 (in 2020) vrijgesteld te schenken. Uw kinderen hoeven dan geen aangiftebiljet voor de schenkbelasting in te dienen. Als u meer schenkt, moet over het meerdere schenkbelasting worden betaald. In dat geval moeten uw kinderen uiterlijk vóór 1 maart 2020 een aangiftebiljet voor de schenkbelasting hebben ingediend.
 
Let op
De vrijstelling voor kinderen en overige verkrijgers wordt in 2021 (tijdelijk) verhoogd met € 1.000. Dit betekent dat de vrijstelling voor schenkingen aan kinderen  in 2021 (na inflatiecorrectie) uitkomt op € 6.604 en voor de overige verkrijgers op € 3.244.
 
Eenmalig vrijgesteld schenken aan uw kinderen
Naast de jaarlijkse schenking kunt u uw kinderen (of hun partners) als zij ouder zijn dan 18 en jonger dan 40 jaar, ook eenmalig een hoger bedrag vrijgesteld schenken. Deze eenmalige schenking bedraagt € 26.457 (in 2020). Daarnaast kunt u aan deze kinderen – in plaats van de eenmalig verhoogde schenking – ook een extra verhoogde vrijgestelde schenking doen van € 55.114 (in 2020). Zij moeten de schenking dan wel gebruiken voor een dure studie. Voor deze schenking is een notariële schenkingsakte nodig. Tot slot kunt u uw kinderen een eenmalige vrijgestelde schenking voor de eigen woning doen van maximaal € 103.643 (2020).
 
Gespreid vrijgesteld schenken voor de eigen woning
U mag de maximaal vrijgestelde schenking voor de eigen woning ook spreiden over drie aaneensluitende kalenderjaren. Heeft u bijvoorbeeld in 2018 € 30.000 aan uw kind geschonken, dan mag u het resterende bedrag over 2019 en 2020 spreiden.



In deze uitgave is de stand van zaken in wet- en regelgeving verwerkt tot 19 november 2020. Hoewel ten aanzien van de inhoud de uiterste zorg is nagestreefd, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele (druk)fouten en onvolledigheden. De redactie, de uitgever en de verspreider sluiten bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit. Voor een toelichting kunt u contact met ons opnemen.
 

Interessant, ik wil hier meer over weten

U kunt contact met ons opnemen via ons telefoonnummer 033-299 69 55 of via onderstaand contactformulier.
Onderwerp:
Naam:
Email:
Telefoonnummer:

Onze tweets